Nederland wil enorm veel tegelijk. Windparken, waterstofnetten, woningen, datacenters, defensie-infrastructuur. De ambities zijn groot, de plannen liggen er en de juridische instrumenten om ze te realiseren bestaan. Het projectbesluit uit de Omgevingswet bundelt alles in één procedure: één overheid, één besluit, beroep bij één rechter. Europa produceert versnellingswetgeving op hoog tempo. Op papier is alles gereed voor daadkrachtige uitvoering.
Toch loopt vrijwel elk complex project vertraging op, niet van maanden, maar van jaren. Dat komt niet door juridische obstakels, maar door iets anders, wat nog vaak onbenoemd blijft.
Het begint bij een veranderde realiteit die nog onvoldoende is doorgedrongen. Ruimte, schone lucht, een stabiel stroomnet en stikstofruimte zijn niet onuitputtelijk beschikbaar. Elke vergunning die wordt verleend, is een beroep op schaarse middelen – ten koste van anderen die daar ook aanspraak op kunnen maken. Dat besef was decennialang afwezig. Elk dossier werd op eigen merites beoordeeld zonder dat de cumulatieve effecten in ogenschouw werden genomen. Dit houdt niet langer stand.
Het belang van het "waarom"
Wie in de huidige context van schaarste een project wil realiseren, moet daarbij niet langer alleen kijken naar de technische haalbaarheid van een project. Het “waarom” van het project wordt belangrijk. Waarom verdient jouw project voorrang boven al het andere dat ook om ruimte vraagt? Dat is een communicatievraagstuk, geen juridisch vraagstuk.
Aan overheidszijde manifesteert het probleem zich in de uitvoeringspraktijk. Overheidsorganisaties werken sequentieel waar het parallel kan: het ene team wacht op het andere, de ene toets moet af zijn voordat de volgende begint. Elke specialist denkt vanuit de eigen discipline en zonder regie kan elke afweging op elk moment een showstopper worden. Onzekerheid over rechterlijke toetsing leidt ertoe dat regelmatig de meest voorzichtige route wordt gekozen. Daarnaast ontbreekt de ambtelijke capaciteit om het anders te doen simpelweg. Het resultaat is vertraging van jaren, niet veroorzaakt door de wet maar door de manier waarop de wet wordt toegepast.
Maar het probleem zit niet alleen bij de overheid. Initiatiefnemers laten evenveel kansen liggen. Veel bedrijven benaderen een ruimtelijk project als vergunningsvraagstuk: het dossier moet technisch kloppen en de aanvraag moet standhouden bij de rechter. Dat is noodzakelijk maar niet langer voldoende. De weerstand die projecten daadwerkelijk vertraagt, komt zelden uit de wet. Die komt van omwonenden die te laat worden betrokken, van bestuurders die worden verrast, van een verhaal dat niet door de initiatiefnemer wordt verteld maar door tegenstanders wordt ingevuld.
Weerstand bevat strategische informatie
Not In My Backyard (NIMBY) wordt daarbij vrijwel altijd behandeld als communicatieprobleem – als onwetendheid die wijkt zodra mensen beter worden geïnformeerd. Dat klopt niet. NIMBY is rationeel gedrag: omwonenden dragen de lasten terwijl de baten elders landen. Het is een signaal dat het verdelingsvraagstuk niet is opgelost. Het negeren van het signaal leidt tot escalatie. Wie het serieus neemt en actief opzoekt, ontdekt dat weerstand strategische informatie bevat over wat er werkelijk nodig is om een project gedragen te maken.
Participatie is daar onlosmakelijk mee verbonden en biedt kansen, maar alleen als de timing klopt. De Omgevingswet verplicht het, zonder te specificeren wanneer het zinvol is. Het verschil is echter bepalend voor de uitkomst. Wie mensen vroeg betrekt, wanneer de uitkomst nog open is, maakt ze mede-eigenaar. Wie dat te laat doet, creëert tegenstanders met maar één route over: juridisch bezwaar. En wie participatie inzet als schijnvertoning wordt altijd herkend. Dat verdubbelt de weerstand en beschadigt het vertrouwen voor jaren.
Kies het juiste moment
Tot slot de – te vaak onderschatte – politieke dimensie. Beleid wordt niet gemaakt op het moment dat de gemeenteraad stemt. Het wordt gevormd maanden daarvoor, in kadernota's en ambtelijke voorbereidingen die de basis leggen voor de begroting. De beleidsambtenaar die het dossier trekt bepaalt de inhoud, de bestuurder ondertekent. Wie alleen de bestuurder spreekt, mist de persoon die er werkelijk toe doet. Als men pas aanklopt als het besluit op tafel ligt, kan men hoogstens bijsturen aan de randen. De ruimte om beleid te beïnvloeden slinkt sneller dan de meeste initiatiefnemers beseffen.
Projecten lopen zelden vast op de wet. Ze lopen vast op het moment dat niemand het geheel overziet, het gesprek te laat wordt gevoerd, of het verhaal door een ander wordt verteld. Het wrange is dat de meeste initiatiefnemers dit achteraf herkennen maar vooraf onderschatten. De vergunning krijgt alle aandacht, de omgeving krijgt een informatiebrief. En dan is men verbaasd dat het drie jaar langer duurt dan nodig. De instrumenten liggen er. Het verschil zit in de bereidheid om ze in te zetten zoals ze bedoeld zijn: met regie, op het juiste moment, en met de juiste mensen aan tafel.
Tijdens de Burson Briefing op woensdag 6 mei 2026 bespraken Jochem Spaans (partner Omgevingsrecht bij het internationale advocatenkantoor A&O Shearman) en Christianne van der Wal (Associate Strategy Director bij Burson) deze dynamieken met een zaal vol initiatiefnemers en bestuurders. Burson ondersteunt organisaties bij het strategisch positioneren van complexe projecten richting overheid, omgeving en publiek.
Wilt u sparren over uw aanpak?
You might also like
Explore all
Bedrijven bewijzen cultuur in M&A nog altijd vooral lippendienst

Issues en crisismanagement: het managen van een issue of crisis begint lang voordat dit zich aandient

Transformatie en waardecreatie door inclusieve communicatie

